Voorbij AIPAC: de toekomst van Joodse invloed
Akexander Zanzer

Aan de vooravond van de derde herdenking van de aanvallen van Hamas op Israëlische burgers op 7 oktober heeft The New York Times een opiniestuk gepubliceerd met de titel: ‘Hoe AIPAC faalde — en hoe het zich kan herstellen.’ Ik las het driemaal, maar vond geen overtuigend antwoord op het tweede deel van de titel.

Wat ik er wel in vond, was een betoog dat volgens mij van AIPAC verlangt dat het afstand neemt van zijn steun aan Israël — de bestaansreden van de organisatie. Een organisatie kan zich niet herstellen door het doel waarvoor zij bestaat op te geven.

De timing is opvallend. Dezelfde krant had het geweld aan boord van een Flydubai-vliegtuig op weg naar Israël kort daarvoor omschreven als een ‘woordenwisseling’. Volgens de berichtgeving stak een piloot de gezagvoerder neer en probeerde hij kennelijk het vliegtuig te laten neerstorten, voordat passagiers en bemanningsleden ingrepen. Het kennelijke doel was massamoord door een vliegtuigkaping in de stijl van 11 september. Een dergelijke aanval een ‘woordenwisseling’ noemen, doet afbreuk aan de ernst ervan en aan de doodsangst van de mensen aan boord.

Die woordkeuze is geen detail. Woorden bepalen hoe het publiek gebeurtenissen begrijpt. Wanneer een kennelijke poging om een vliegtuig met Israëlische passagiers te laten neerstorten wordt gereduceerd tot een ‘woordenwisseling’, krijgen lezers een beschrijving die de omvang van de gemelde aanval onvoldoende weergeeft.

Dit is het politieke en medialandschap waarin AIPAC nu zijn vermeende falen moet verklaren.

Het bekende verwijt luidt dat AIPAC de Democraten heeft verlaten en naar de Republikeinen is opgeschoven. Volgens mij is de belangrijkere ontwikkeling dat aanzienlijke delen van de Democratische Partij zich van Israël hebben afgekeerd en tegelijkertijd steeds toleranter zijn geworden tegenover antisemitisme binnen hun eigen politieke beweging.

Nancy Pelosi omschreef de Amerikaanse samenwerking met Israël ooit als een verbintenis die zo fundamenteel was dat zij zelfs de vernietiging van het Capitool zou overleven. Toch steunde zij in juli, samen met meer dan honderd Democratische collega’s, een amendement om de voorgestelde militaire steun aan Israël te schrappen. Het amendement werd verworpen, maar de politieke boodschap was duidelijk: wat ooit als een blijvende verbintenis werd voorgesteld, was onderhandelbaar geworden.

In september verklaarde de gouverneur van Californië, Gavin Newsom, tegenover PBS dat de veroordeling van het optreden van Benjamin Netanyahu binnen de Democratische Partij ‘bijna universeel’ was. Hoewel hij ook zijn steun voor een veilig Israël bevestigde en het terrorisme van Hamas veroordeelde, illustreerden zijn uitspraken hoe ingrijpend het politieke klimaat binnen de partij is veranderd.

Kritiek op een Israëlische regering is legitiem. Het gevaar ontstaat wanneer vijandigheid tegenover Israël een voorwaarde wordt voor politieke aanvaarding, wanneer Joodse burgers verantwoordelijk worden gehouden voor het Israëlische beleid en wanneer steun aan de Joodse staat wordt beschouwd als een teken van twijfelachtige loyaliteit.

Mijn zorg is dat de tolerantie voor dergelijke retoriek verankerd raakt in de politieke identiteit van delen van de partij. AIPAC heeft deze verandering niet veroorzaakt en zal haar niet kunnen keren door alleen zijn lobbymethoden aan te passen.

AIPAC moet zijn strategie voortdurend evalueren. Maar het centrale probleem gaat verder dan steunbetuigingen aan kandidaten, campagne-uitgaven of communicatie. Het betreft de afbrokkeling van een politieke consensus die de Amerikaans-Israëlische relatie decennialang heeft gedragen.

Het betreft ook de concurrentie met machten waarvan de middelen en methoden veel verder reiken dan electorale lobbyactiviteiten.

Qatar heeft miljarden geïnvesteerd in relaties met Amerikaanse universiteiten en onderwijsinstellingen. Het Amerikaanse ministerie van Onderwijs identificeerde Qatar als de grootste buitenlandse bron van meldingsplichtige giften en contracten aan universiteiten in de openbaarmakingen over 2025, goed voor meer dan 1,1 miljard dollar in dat jaar alleen. Onderzoeksorganisaties zoals het Institute for the Study of Global Antisemitism and Policy stellen dat deze omvangrijke financiering kanalen creëert voor ideologische beïnvloeding en vooringenomenheid tegenover Israël.

Financiering op zichzelf bewijst niet dat een universiteit de politieke instructies van een geldschieter volgt. Toch vereisen de omvang en de duur van deze relaties grondig onderzoek. Hun betekenis ligt in de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op instellingen waar toekomstige journalisten, beleidsmakers, diplomaten en politieke leiders worden opgeleid.

AIPAC probeert politieke besluiten te beïnvloeden. De bredere strategie van Qatar laat zien hoe invloed kan worden opgebouwd lang voordat die besluiten het Congres bereiken.

Deze uitdaging kan niet worden beantwoord door simpelweg meer geld aan verkiezingscampagnes te besteden. Campagne-uitgaven kunnen helpen een overwinning te behalen, maar zij kunnen op zichzelf geen publiek vertrouwen herstellen, een vastgeroest narratief doorbreken of blijvende institutionele legitimiteit opbouwen.

Decennialang hielpen georganiseerde Joodse participatie, financiële bijdragen en nauwe politieke relaties ervoor te zorgen dat Joodse belangen aandacht kregen. Die instrumenten blijven waardevol. Toch wordt de veronderstelling dat zij altijd voldoende bescherming zullen bieden steeds moeilijker vol te houden.

Demografische veranderingen voegen daar een andere dimensie aan toe. Volgens een schatting van het Pew Research Center uit september 2026 telt de Amerikaanse moslimbevolking ongeveer 5,5 miljoen mensen. Eerdere prognoses voorzagen meer dan acht miljoen moslims tegen 2050, waarmee hun aantal groter zou worden dan dat van Amerikanen die zich op religieuze grond als Joods identificeren.

Moslims noch Joden vormen een homogeen politiek blok. Moslimburgers mogen bovendien niet worden vereenzelvigd met de belangen van Qatar of enige andere staat. Maar demografische veranderingen beïnvloeden onvermijdelijk de electorale afwegingen. Joodse gemeenschappen kunnen hun veiligheid op lange termijn niet baseren op de verwachting dat hun aantallen of financiële bijdragen altijd politieke aandacht zullen verzekeren.

Dezelfde uitdaging bestaat in Europa en elders in de wereld. Een verspreide minderheid heeft vertegenwoordiging nodig die bestand is tegen veranderingen in regeringen, bevolkingssamenstelling en politieke trends.

De toekomst van de Joodse diaspora hangt daarom af van politiek gewicht dat verder reikt dan aantallen — en verder dan financiële middelen.

Zij moet een diplomatieke kracht worden.

Hier ligt een verantwoordelijkheid voor het World Jewish Congress die geen enkele Amerikaanse lobbyorganisatie kan vervullen. De opdracht van AIPAC betreft de relatie tussen de Verenigde Staten en Israël. Het mandaat van het WJC omvat Joodse gemeenschappen in meer dan honderd landen, elk met eigen politieke omstandigheden en kwetsbaarheden.

Volgens mij beschikt alleen het World Jewish Congress over de wereldwijde representatieve basis die nodig is om een samenhangende diplomatieke stem voor de Joodse diaspora op te bouwen.

Die basis moet nu uitgroeien tot een krachtiger instrument van internationale vertegenwoordiging. Het WJC moet duurzame relaties met regeringen onderhouden, blijvende toegang tot besluitvormers verzekeren en continuïteit bieden over verkiezingen en leiderschapswissels heen.

Zijn werk moet fysieke veiligheid, godsdienstvrijheid, onderwijs, cultureel erfgoed en bescherming tegen discriminatie omvatten. Het moet ook de legitimiteit van Joodse deelname aan het openbare leven verdedigen, evenals het recht van Joodse gemeenschappen om hun band met Israël te onderhouden.

Een dergelijke diplomatieke rol vereist gezag dat voortkomt uit de gemeenschappen die het vertegenwoordigt. Het WJC moet hun verscheidenheid respecteren en tegelijk de belangen benoemen die hen verbinden. Zijn kracht moet berusten op geloofwaardigheid, institutionele erkenning, deskundigheid en relaties die gedurende vele jaren zijn opgebouwd.

Joodse belangen moeten het hele jaar door aandacht krijgen, ook wanneer er geen verkiezingen op komst zijn en er geen campagnebijdragen worden besproken.

AIPAC blijft essentieel. Zijn opdracht moet worden versterkt en zijn strategie aangepast aan het veranderende Amerikaanse politieke landschap. Maar de moeilijkheden waarmee het wordt geconfronteerd, tonen aan waarom electorale lobbyactiviteiten alleen de toekomst van Joodse gemeenschappen niet kunnen veiligstellen.

Drie jaar na 7 oktober brengt herdenken ook de verplichting mee om ons voor te bereiden. Solidariteitsverklaringen zijn onvoldoende zonder instellingen die deze kunnen omzetten in blijvende bescherming.

Het volgende hoofdstuk van Joodse invloed moet verder reiken dan de verkiezingscyclus en duurzaam diplomatiek gewicht krijgen.

Het World Jewish Congress moet daarin het voortouw nemen.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: