Spanje-Premier Pedro Sánchez blaast de rampzalige erfenis van Angela Merkel nieuw leven in

Toen Pedro Sánchez op 27 januari aankondigde dat zijn regering hernieuwbare verblijfs- en werkvergunningen wil aanbieden aan honderdduizenden ongedocumenteerde migranten, werd dat internationaal verkocht als een morele en economische krachttoer: Spanje als het humane alternatief voor de verhardende migratiekoers in het Westen, op dat moment extra beladen door de internationale ophef rond Amerikaanse immigratierazzia’s en de dood van activist Alex Pretti in Minneapolis.

Maar deze “amnestie per decreet” is geen nobele doorbraak. Het is een klassiek Europees patroon: idealistische taal die een laagproductief economisch model camoufleert, aangevuld met het soort persoonlijke-carrièrepolitiek waarin leiders regeren met één oog op hun volgende functie.

Europa heeft dit eerder gezien. Angela Merkels keuze in 2015 om de grenzen ruim open te zetten werd door elites gevierd als moreel leiderschap—tot de politieke rekening kwam: polarisatie, langdurig wantrouwen en de normalisering van opstandige, radicaal-rechtse krachten. Spanje dreigt nu dezelfde dynamiek te herhalen, met Sánchez als de regisseur van een vervolg—maar in een Europa dat vandaag veel minder tolerant is dan in 2015.

Spanje is al één van de grootste immigratiemagneten van de EU

Als je wil begrijpen wat Sánchez doet, moet je de schaal zien, niet de slogans.

De meest recente cijfers van Eurostat tonen dat in 2023 de grootste ontvangers van immigranten (in absolute aantallen) in de EU waren: Duitsland (1.271.200), Spanje (1.251.000), gevolgd door Italië (439.700) en Frankrijk (417.600).

Dat is al opmerkelijk: Spanje zit quasi op Duits niveau.

Maar het wordt pas echt scherp wanneer je corrigeert voor bevolkingsgrootte. Eurostat plaatst de bevolking op 1 januari 2024 op ongeveer 83,4 miljoen in Duitsland en 48,6 miljoen in Spanje.
Combineer je die Eurostat-cijfers, dan kom je uit op een ruwe orde van grootte van:

  • Duitsland: ~15,2 immigranten per 1.000 inwoners (2023)
  • Spanje: ~25,7 immigranten per 1.000 inwoners (2023)

Met andere woorden: Spanje zit per capita op een immigratietempo dat duidelijk hoger ligt dan de andere grote EU-landen.

Dit is dus geen kleine bijsturing. Het is het demografische traject.

Een analyse van het Elcano Royal Institute stelt dat Spanje in 2026 de grens van 50 miljoen inwoners bereikt, en dat dit vooral door netto internationale migratie komt; het stuk wijst er ook op dat het aantal buitenlands geboren inwoners richting ~10 miljoen gaat.

Wat Sánchez concreet aankondigde: regularisatie per koninklijk besluit, op enorme schaal

De vorm is even belangrijk als de inhoud, omdat ze intentie verraadt.

Spanje keurde een koninklijk besluit goed om ongeveer 500.000 ongedocumenteerde migranten (en bepaalde asielzoekers) te regulariseren, met een eerste vergunning van één jaar die onder voorwaarden kan worden verlengd. Eligibility omvat o.a. aantonen dat men in Spanje was vóór 31 december 2025, minstens vijf maanden in het land verbleef, en geen strafblad heeft; ook wie vóór het einde van 2025 internationale bescherming aanvroeg valt onder bepaalde categorieën. De maatregel zou in april 2026 ingaan.

Twee elementen zijn politiek explosief:

  1. Per decreet: Sánchez omzeilt de normale parlementaire frictie—typisch wanneer men het voordeel van “daadkracht” wil zonder het risico van overtuigen.
  2. Het signaal naar buiten: in een Europa dat verhardt, zet Spanje zichzelf neer als uitzondering—een “open venster” binnen Schengen.

Bovendien kan de werkelijke “irreguliere” populatie groter zijn dan de regering suggereert. In samenvattingen van het dossier wordt verwezen naar een schatting van Funcas van rond de 840.000 ongedocumenteerde mensen in Spanje (een getal dat vaak wordt gebruikt om te tonen hoe groot de “schaduwpopulatie” is).

Het “mirakelmodel” is geen mirakel: het is een lage-productiviteitsval

Natuurlijk: humane behandeling is één zaak. Maar Sánchez verkoopt dit ook als economisch beleid.

Spanje kan sterke groeicijfers tonen, maar het land blijft structureel sterk leunen op sectoren die groeien door veel (laagbetaalde) arbeid toe te voegen: toerisme, horeca, seizoensarbeid en diensten met lage toegevoegde waarde. Een beleid dat op grote schaal nieuw geregulariseerde werknemers in die machine duwt, moderniseert Spanje niet; het verankert net de economie in een laagproductief evenwicht.

En dan is er de kerntegenstrijdigheid:

  • men rechtvaardigt massale regularisatie als antwoord op “arbeidsnoden”, terwijl
  • Spanje tegelijk met ongeveer dubbele-cijferige werkloosheid blijft kampen (recent werd rond/onder 10% gerapporteerd).

Dat maakt mensen niet “xenofoob”; dat maakt ze cynisch. Ze voelen dat de elite een model verdedigt waarin:

  • lonen onder druk blijven,
  • de woningmarkt verhit,
  • openbare diensten lokaal overbelast raken,
  • en politiek leiderschap vooral bezig is met internationale lof.

Zo “vernietig” je een land niet met één klap, maar met een langzaam wegvretend proces: vertrouwen verdwijnt, het centrum kan enkel nog via noodgrepen regeren, en het hele debat polariseert in identiteitsblokken.

De backlash is geen theorie: Vox groeit al mee op dit thema

Europa heeft geleerd dat migratiepolitiek zelden netjes “beheerd” blijft. Het wordt een allesoverheersende breuklijn.

In Spanje zie je die dynamiek al. Volgens Reuters verloor de PSOE zetels in Aragón terwijl Vox er verdubbelde—een signaal dat migratie het perfecte brandpunt blijft voor proteststemmen.

Dat echoot de Duitse ervaring: na 2015 werd migratie een geloofwaardigheidstest, mainstream partijen raakten verdeeld, en een outsiderpartij won omdat ze zei “wat mensen zien”. Analyses linken de vluchtelingeninstroom en lokale blootstelling ook aan verschuivingen richting rechts stemmen in Duitsland.

Spanje is niet Duitsland, maar de politieke mechanismen zijn vergelijkbaar.

Zwitserland toont hoe hard Europa’s publieke stemming is verhard

En dan komt de vergelijking die Sánchez’ verdedigers liever vermijden: Zwitserland.

Op 14 juni stemmen Zwitsers in een referendum over een initiatief om de bevolking te plafonneren op 10 miljoen tegen 2050—met verplichte maatregelen om immigratie te beperken zodra het land 9,5 miljoen inwoners overschrijdt.

Belangrijk: dit is geen EU-lidstaat, maar wel een rijke, extreem goed georganiseerde economie. En toch groeit de druk om numerieke grenzen te stellen, net omdat kiezers immigratie ervaren als:

  • druk op infrastructuur,
  • stijgende huren,
  • en erosie van lokale identiteit.

De Zwitserse federale statistiek meldt dat 41% van de permanente bevolking van 15+ een migratieachtergrond had in 2024.
En peilingen (Leewas/Tamedia-omgeving) wijzen op een zeer competitieve stemming, met een significante groep die de cap steunt.

Zwitserland heeft bovendien eerder laten zien dat identiteitsangst zich kan vertalen in harde institutionele keuzes: in 2009 stemde een meerderheid voor een verbod op nieuwe minaretten.

De les voor Spanje: zelfs in Zwitserland, waar integratiecapaciteit en bestuur sterk zijn, staat immigratie onder democratische druk. Wat betekent het dan wanneer Spanje—met een veel fragielere woningmarkt, structurele werkloosheid en een minder robuuste bestuurlijke capaciteit—net extra gas geeft?

Het betekent dat Sánchez regeert tegen de Europese windrichting in.

Europa verhardt—dus Spanje’s “uitzondering” werkt als magneet

Sánchez’ verdedigers zeggen: “het gaat enkel om mensen die al in Spanje zijn.”

Dat is politiek naïef. In migratiebeleid zijn signalen beleid.

Als Spanje de verwachting creëert dat irregulier verblijf met regelmaat in legaliteit wordt omgezet, verhoogt dat de verwachte opbrengst van binnenkomen of blijven. En omdat Spanje Schengenland is, wordt het ook een Europees spanningspunt: het Europees Parlement heeft zelfs debat geagendeerd over de Spaanse regularisatie en de implicaties.

Tegelijk is de algemene EU-trend sinds 2015-16 richting strengere grenzen, snellere terugkeer en meer politieke hardheid geduwd door electorale druk.

Het strategisch probleem is simpel: terwijl anderen het raam sluiten, zet Sánchez de deur open en hangt er een bordje “hier kan het nog”.

De laag van persoonlijke ambitie: zo bouw je vandaag een politieke CV

Over motieven moet je voorzichtig zijn: je kan niet bewijzen wat iemand “echt” wil zonder hard bewijs. Maar je kan wél nuchter kijken naar incentives.

Sánchez bouwt al jaren aan een internationaal profiel. Een massale regularisatie, net op een moment van internationale verontwaardiging over de VS, levert wereldwijde morele credits op—zonder dat hij intern een consensus moet bouwen (want het gebeurt per decreet).

Merkel’s 2015-keuze werkte eveneens als internationaal moreel kapitaal. En het is gedocumenteerd dat er later gesprekken/aanbiedingen rond een VN-rol voor Merkel speelden—Reuters meldde dat Merkel in 2022 een aanbod voor een VN-rol afwees.
Dat bewijst niet dat “ze het deed voor een UN-job”, maar het toont wel dat internationale prestige wél degelijk converteert in internationale kansen.

En ja: Alexander De Croo is het schoolvoorbeeld van het patroon

Je vroeg expliciet om De Croo te benadrukken. Feitelijk is dit de correcte lijn:

  • De Croo kreeg geen job bij UNHCR (de VN-vluchtelingenorganisatie).
  • Hij werd aangesteld als Administrator van het United Nations Development Programme (UNDP), de grootste VN-ontwikkelingsorganisatie, voor een mandaat van vier jaar.
  • UNHCR heeft vanaf 1 januari 2026 een andere leiding: Barham Salih is High Commissioner.

Het punt is niet dat je een exact “transactiecontract” kan aantonen (“ik neem standpunt X, dan krijg ik functie Y”). Het punt is dat dit soort internationale posten vaak naar politici gaat die zich profileren met een transnationaal moreel narratief—en dat migratie en conflictretoriek daar zeer bruikbare bouwstenen voor zijn.

De Croo’s overstap naar een top-UN-functie laat zien dat de incentive-structuur bestaat. Sánchez ziet dat. En hij handelt alsof hij in dezelfde auditie zit.

Spanje kan nog kiezen voor Zwitserse realiteit in plaats van Sánchez’ ijdelheid

Zwitserland is niet perfect, en een bevolkingsplafond heeft economische risico’s—de Zwitserse overheid waarschuwt daar zelf voor.
Maar Zwitserland erkent één waarheid die Sánchez ontwijkt: elk land heeft absorptiecapaciteit en democratische grenzen.

Spanje hoeft Zwitserland niet te kopiëren om de les te begrijpen. Het moet drie principes herontdekken:

  1. Legitimiteit vereist consent, zeker bij beleid dat het land demografisch hervormt—niet regeren per decreet.
  2. Migratie moet gekoppeld zijn aan productiviteit en woonbeleid, anders is het een recept voor een lage-lonen-val en woningcrisis.
  3. Een land is geen podium voor internationale carrièrebouw.

Als Sánchez dit pad volhoudt, riskeert Spanje de Merkel-uitkomst zonder de Duitse institutionele buffers: langdurige polarisatie, een blijvende anti-immigratie-oppositie die steeds groter wordt, en een politiek centrum dat enkel overleeft door steeds hardere noodgrepen.

Dat is hoe landen niet plots “instorten”, maar langzaam hun samenhang verliezen.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: