Wanneer de voorzitter van een door de staat erkende eredienstinstelling kritiek vanuit de eigen gemeenschap afdoet als een “mislukte putsch” en die kritiek herleidt tot religieus fundamentalisme, wordt niet alleen het debat vergiftigd, maar ook elke vorm van democratische tegenspraak geneutraliseerd. Dat is precies wat Philippe Markiewicz, voorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB), deed in een interview op Radio Judaica. Door de hervormingsvragen van vooral de Vlaamse Joodse Gemeenschap te framen als een aanval van “fundamentalisten” tegenover “verlichte” joden, verplaatst hij een structureel probleem van bestuur en legitimiteit naar een ideologische loopgravenoorlog — met één duidelijk effect: het behoud van het bestaande machtsevenwicht.
Het CICB werd opgericht in 1832, onder koning Leopold I, naar Napoleontisch Frans model. Het was nooit bedoeld als een vrije gemeenschapsorganisatie of een vereniging naar privaatrecht, maar als een parastatale structuur die de joodse eredienst moest organiseren binnen een door de staat opgelegd kader. Precies daarom is het Consistorie geen autonoom machtscentrum, maar een instelling waarvan de legitimiteit onlosmakelijk verbonden is met transparantie, representativiteit en behoorlijk bestuur. Net op die punten rijzen vandaag fundamentele vragen.
Die vragen werden op 10 november 2025 formeel gesteld door federaal volksvertegenwoordiger Michael Freilich, die zich in een uitgebreide brief tot minister van Justitie Annelies Verlinden richtte. Hij vroeg onder meer hoe de werking van het CICB wordt geëvalueerd, welk toezicht de FOD Justitie uitoefent, hoe benoemingen verlopen, hoeveel mandaten zijn verlopen en — bijzonder cruciaal — of het klopt dat de raad van bestuur de voorbije twee jaar niet meer officieel samenkwam en geen notulen kan voorleggen .
Die parlementaire tussenkomst raakte een gevoelige snaar omdat ze expliciet benoemt wat al jaren binnen de gemeenschap leeft: een diepe kloof tussen een historisch gegroeide bestuursstructuur en de feitelijke realiteit van het Belgisch jodendom vandaag. Die realiteit is in de eerste plaats Vlaams. Antwerpen herbergt veruit de grootste, meest georganiseerde en meest zichtbare joodse gemeenschap van het land, met een dens netwerk van synagogen, scholen, religieuze instellingen en maatschappelijke organisaties. De situatie in Brussel en Wallonië is demografisch en institutioneel niet vergelijkbaar. Toch blijft het CICB federaal georganiseerd alsof deze verschillen niet bestaan en alsof een centraal bestuur, geworteld in een 19e-eeuws model, volstaat om alle realiteiten te vertegenwoordigen.
In plaats van deze spanning ernstig te analyseren, koos Markiewicz voor escalatie. In zijn radio-interview sprak hij letterlijk over een “putsch die mislukte” en stelde hij het conflict voor als een strijd tussen “verlichte” joden en “fundamentalisten”. Hij ging zelfs verder door te stellen dat dit gevaarlijk is omdat het als precedent zou kunnen dienen voor de moslimgemeenschap. Nog problematischer is zijn uitspraak dat “de Belgische autoriteiten geen enkele vorm van fundamentalisme kunnen onderschrijven”. Daarmee suggereert hij impliciet dat hervormingsvragen vanuit een meer religieus georganiseerde Vlaamse Joodse gemeenschap niet alleen ongewenst zijn, maar ook politiek verdacht.
Deze framing wekt de indruk van een stilzwijgende verstandhouding met het ministerie van Justitie, dat nochtans wettelijk belast is met het toezicht op het Consistorie. Die indruk wordt versterkt door het antwoord van de minister op de vragen van Freilich, waarin zij geen aanleiding ziet tot enige tussenkomst of structurele hervorming. Zo wordt het status quo gelegitimeerd met een beroep op historische continuïteit, terwijl de hedendaagse democratische en sociologische realiteit systematisch wordt genegeerd.
Het autoritaire karakter van deze houding kwam expliciet aan bod in hetzelfde interview. Markiewicz verklaarde dat men “de mogelijke verantwoordelijkheid van rabbijnen moet analyseren die hebben toegelaten of eventueel hebben aangemoedigd”. Dat is geen neutrale reflectie, maar een duidelijke waarschuwing. Rabbijnen die ruimte laten voor kritiek, debat of institutionele hervorming worden daarmee publiek geviseerd. Voor een voorzitter van een door de staat erkende eredienstinstelling is dat een bijzonder zorgwekkende uitspraak, die haaks staat op fundamentele principes van vrijheid van meningsuiting en interne autonomie van religieuze gemeenschappen.
De kern van het probleem is dan ook niet ideologisch, maar structureel. De machtsverhoudingen binnen het CICB weerspiegelen niet langer de demografische, religieuze en geografische realiteit van het Belgisch jodendom. Dat leidt tot een democratisch vacuüm, waarin beslissingen over publieke middelen en representatie worden genomen zonder aantoonbaar draagvlak binnen de gemeenschap.
De oplossingen zijn nochtans helder en legitiem. Men kan kiezen voor een directe verkiezing van de voorzitter door alle in België gedomicilieerde joden. Men kan een verkozen raad van bestuur invoeren met een federale kieskring, waarin kandidaten worden voorgedragen door bestaande gemeenschappen en organisaties. Men kan ook overgaan tot een regionalisering van het Consistorie, met afzonderlijke Vlaamse en Waalse structuren, eventueel met twee voorzitters. Elk van deze opties zou de legitimiteit herstellen en het bestuur opnieuw verankeren in de realiteit op het terrein.
Door hervormingsvragen te reduceren tot “fundamentalisme” en door rabbijnen onder druk te zetten, verdedigt Markiewicz niet het Consistorie, maar zijn eigen machtspositie. Daarmee vergroot hij de kloof met de gemeenschap die hij geacht wordt te vertegenwoordigen. De fundamentele vraag is dan ook niet wie “verlicht” of “fundamentalistisch” is, maar of een parastatale instelling haar opdracht kan blijven vervullen zonder democratisch mandaat.
Wanneer de geschiedenis het heden niet meer draagt, wordt hervorming geen aanval, maar een verantwoordelijkheid.
Ontvang het laatste nieuws
Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox:
