Israëls verkiezingen naderen: tijd om kennis te maken met Gadi Eisenkot, de belangrijkste uitdager
De voormalige stafchef is van politieke buitenstaander uitgegroeid tot een centrale figuur in de Israëlische verkiezingscampagne van 2026. Zijn aantrekkingskracht berust op zijn geloofwaardigheid op veiligheidsgebied en zijn belofte van verantwoordelijk bestuur; het persoonlijke verlies dat hij in de oorlog leed, geeft zijn kritiek bijzondere lading. Maar zijn standpunt over de Palestijnen en zijn route naar een regeringsmeerderheid zijn nog onvoldoende uitgewerkt. AZ

De Israëlische verkiezingen van 27 oktober tekenen zich niet langer af als een eenvoudige strijd tussen Benjamin Netanyahu en een vertrouwde oppositie. Een pas opgerichte partij, Yashar — Hebreeuws voor recht door zee, oprecht of eerlijk — heeft het politieke speelveld opgeschud. Partijleider Gadi Eisenkot, voormalig chef van de generale staf van de Israëlische krijgsmacht (IDF), heeft zijn staat van dienst als militair commandant en zijn reputatie van persoonlijke integriteit omgezet in de ernstigste uitdaging waarmee Netanyahu momenteel wordt geconfronteerd.

Volgens de jongste peiling van de publieke omroep Kan, gepubliceerd op 19 juli, zou Yashar 22 Knessetzetels behalen, tegenover 21 voor Likud en 15 voor Together, het bondgenootschap onder leiding van Naftali Bennett waarbij Yair Lapid zich heeft aangesloten. Ook andere recente peilingen plaatsen Yashar bovenaan, al staat Likud in sommige onderzoeken nog steeds op de eerste plaats. Een voorsprong van één zetel valt ruimschoots binnen de gebruikelijke foutmarge. Bovendien had Netanyahu in dezelfde Kan-peiling een kleine voorsprong op Eisenkot bij de vraag wie het geschiktst wordt geacht als premier. Eisenkot is dus geen uitgesproken koploper. Hij is wel de prominentste nieuwe uitdager van deze campagne — en de kandidaat met wie alle andere partijen voortaan rekening moeten houden.

Zijn opmars weerspiegelt meer dan alleen onvrede over Netanyahu. Eisenkot biedt een duidelijk politiek contrast: minder vertoon, meer ordelijk bestuur; minder ideologisch theater, meer institutionele discipline. Hij spreekt als een commandant, niet als een geboren campagnevoerder. Daardoor kan hij beheerst en geruststellend overkomen, maar die stijl kan ook verhullen hoe hard sommige van zijn veiligheidsstandpunten in werkelijkheid zijn.

Een militaire loopbaan gestoeld op beheerste geweldsinzet

Eisenkot werd in 1960 in Tiberias geboren in een gezin van Marokkaans-Joodse afkomst en groeide op in Eilat. In 1978 trad hij toe tot de Golani-brigade. Tijdens zijn 41 jaar in uniform klom hij op van infanterist tot commandant van de divisie Judea en Samaria, hoofd van het Directoraat Operaties, commandant van het Noordelijk Commando en plaatsvervangend stafchef. Van februari 2015 tot januari 2019 was hij de 21e stafchef van de IDF.

Zijn staat van dienst laat zich niet gemakkelijk in één hokje plaatsen. Tijdens de golf van steekaanvallen die in 2015 begon, verzette hij zich tegen brede collectieve bestraffing op de Westelijke Jordaanoever en verdedigde hij strikte inzetregels. Een militair moest volgens hem alleen het geweld gebruiken dat de dreiging vereiste en zich niet laten leiden door publieke woede. Met dat standpunt kwam hij rechtstreeks tegenover delen van politiek rechts te staan.

De meest bepalende controverse was de zaak-Elor Azaria. In maart 2016 schoot Azaria Abdel Fattah al-Sharif dood, een Palestijnse aanvaller die gewond en uitgeschakeld op de grond lag in Hebron. Eisenkot verdedigde publiekelijk de ethische code van het leger en de militaire rechtsgang. Hij verwierp pogingen om Azaria als held af te schilderen. Azaria werd in januari 2017 veroordeeld voor doodslag en kreeg een gevangenisstraf van achttien maanden. Eisenkot verkortte die straf later met vier maanden — een aanwijzing dat zijn standpunt institutionele standvastigheid combineerde met een zekere mate van clementie.

Toch is Eisenkot allerminst een gematigde op militair gebied. Hij wordt nauw geassocieerd met de Dahiyeh-doctrine, die bij een toekomstige oorlog uitgaat van overweldigende geweldsinzet tegen gebieden en infrastructuur die door Hezbollah worden gebruikt. Als stafchef verankerde en verruimde hij bovendien de zogeheten Campaign Between Wars, de ‘campagne tussen oorlogen’: openlijke en geheime operaties op basis van inlichtingen, bedoeld om de militaire capaciteitsopbouw van Iran en Hezbollah af te remmen, een grotere oorlog uit te stellen en Israëls uitgangspositie te verbeteren, mocht die oorlog desondanks uitbreken. Operatie Northern Shield, waarbij grensoverschrijdende tunnels van Hezbollah werden blootgelegd en onschadelijk gemaakt zonder onmiddellijk een breder conflict te ontketenen, was een schoolvoorbeeld van die aanpak.

De rode draad is geen mildheid. Het gaat om beheerste geweldsinzet door de staat, binnen de wet en met een duidelijk strategisch doel. Eisenkot kan voorstander zijn van zwaar militair optreden en zich tegelijkertijd verzetten tegen gebrek aan discipline, wraak en politieke inmenging in operationele besluiten. Die combinatie is essentieel om zowel de generaal als de politicus te begrijpen.

Van het oorlogskabinet naar een eigen partij

Eisenkot stapte in 2022 in de politiek en sloot zich aan bij de pas gevormde lijst Nationale Eenheid onder leiding van Benny Gantz en Gideon Sa’ar. In de Knesset richtte hij zich vooral op buitenlandse zaken, defensiedoctrine, inlichtingen en de ontwikkeling van de strijdkrachten. Na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023 werd hij minister zonder portefeuille in de noodregering en waarnemer in het oorlogskabinet.

In juni 2024 verliet Eisenkot samen met Gantz de regering. Hij beschuldigde Netanyahu ervan tactische militaire successen in de plaats te stellen van een samenhangende strategie. In juni 2025 kondigde Eisenkot zijn vertrek uit Nationale Eenheid aan en legde hij zijn Knessetzetel neer. Volgens hem had de partij niet gezorgd voor de transparante, democratische vernieuwing die van een potentiële regeringspartij mocht worden verwacht. Daarbij hoorde een daadwerkelijk open en concurrerende selectieprocedure voor de partijleiding en kandidaten. In september 2025 richtte hij Yashar op.

Het leiderschapsteam van Yashar moet zowel bestuurlijke deskundigheid als politieke breedte uitstralen. Het omvat voormalig Shin Bet-directeur Yoram Cohen, oud-minister van Religieuze Diensten Matan Kahana, oud-minister van Wetenschap Orit Farkash-Hacohen en voormalig hoofd van de begrotingsafdeling van het ministerie van Financiën Shaul Meridor. Vrouwen vormen momenteel de meerderheid binnen het tienkoppige team dat de partij presenteert. Dit is echter nog niet de definitieve kandidatenlijst met een formele rangorde; die wordt pas later in de campagne ingediend.

Het gezag — en de last — van persoonlijk verlies

Eisenkots politieke positie valt niet los te zien van de verliezen die zijn familie tijdens de oorlog in Gaza heeft geleden. Zijn 25-jarige zoon, sergeant-majoor Gal Meir Eisenkot, sneuvelde op 7 december 2023 in Jabalia tijdens een operatie die verband hield met het bergen van de lichamen van gijzelaars. Een neef, sergeant Maor Cohen Eisenkot, sneuvelde de volgende dag. Een andere neef, kapitein Yogev Pazy, kwam in november 2024 om het leven.

Bijna twee jaar na de dood van Gal beschuldigde Eisenkot de regering ervan de oorlog te verlengen door politieke aarzeling en ideologische overwegingen, waaronder plannen voor hernieuwde Israëlische vestiging in Gaza die strijdig waren met de officieel verklaarde oorlogsdoelen. Zijn verdriet geeft zijn kritiek ongewoon moreel gewicht in een land waar families jarenlang de lasten van reservistendienst, rouw en onzekerheid over de gijzelaars hebben gedragen. Dat plaatst zijn beslissingen niet boven kritiek, maar maakt het moeilijk hem af te schilderen als iemand die de menselijke prijs van het beleid dat hij bepleit niet kent.

Wat Yashar voorstelt

Het tienpuntenprogramma van Yashar begint met het afleggen van verantwoording. De partij belooft een onafhankelijke staatscommissie van onderzoek naar de door Hamas geleide aanval van 7 oktober, het daaraan voorafgaande decennium en het verloop van de oorlog. Zij wil een nieuwe nationale veiligheidsdoctrine die is gebaseerd op planning, initiatief, beter beveiligde grenzen en uitbreiding van de kring van regionale vredesakkoorden, in plaats van wat zij omschrijft als geïmproviseerd crisisbeheer.

Het binnenlandse voorstel met de grootste gevolgen is ‘dienst voor iedereen’. In het uitgewerkte plan bepaalt de IDF als eerste wie voor militaire dienst wordt opgeroepen. Wie niet wordt geselecteerd, moet nationale of maatschappelijke dienst verrichten. Het plan geldt voor zowel ultraorthodoxe als Arabische burgers van Israël, met slechts een beperkte vrijstelling voor een kleine groep uitmuntende voltijdse Torastudenten. Eisenkot zegt liever nieuwe verkiezingen te houden dan een regering te vormen die grootschalige vrijstelling van dienstplicht in stand houdt.

Dezelfde logica van een maatschappelijk contract keert terug in de voorstellen voor onderwijs en economie. Yashar wil volledige overheidsbekostiging afhankelijk maken van een gemeenschappelijk kerncurriculum met onder meer Hebreeuws, Engels, wiskunde, natuurwetenschappen, maatschappijleer, democratische vorming en moderne technologische vaardigheden. Op economisch gebied belooft de partij de marktconcentratie te verminderen, de concurrentie te vergroten, internationale normen over te nemen, te investeren in vervoer, gezondheidszorg en onderwijs en meer overheidssteun en publieke voorzieningen ten goede te laten komen aan burgers die werken en dienst verrichten.

Op institutioneel vlak verzet de partij zich tegen wat zij ziet als een nieuwe eenzijdige aantasting van de rechterlijke macht. Zij belooft een onafhankelijke rechtspraak, een vrije pers, respect voor de rechten van minderheden en de mensenrechten, en een Basiswet inzake wetgeving die breed gedragen spelregels tussen de Knesset en de rechterlijke macht moet vastleggen. Ook wil Yashar het premierschap beperken tot twee termijnen, overbodige ministeries opheffen en een professioneel ambtelijk apparaat herstellen.

Wat de verhouding tussen religie en staat betreft, pleit Yashar voor een inclusieve en respectvolle invulling van het jodendom en meer autonomie voor gemeenten en gemeenschappen om uitdrukking te geven aan hun lokale karakter, zolang de rechten van anderen worden beschermd. Lhbtiq+-rechten vormen geen afzonderlijke pijler van het tienpuntenprogramma. Eisenkot sprak in juli echter zijn steun uit voor het pakket wetsvoorstellen onder de naam ‘Sagi-wetten’, met erkenning van het burgerlijk huwelijk, een verbod op conversietherapie, juridische erkenning van gezinnen en wettelijke bescherming tegen discriminatie.

De Palestijnse kwestie: scheiding zonder vastgelegd einddoel

De grootste leemte in Eisenkots programma betreft de Palestijnen. Yashar stelt dat Israël een duurzame Joodse meerderheid moet behouden en de kring van vrede moet uitbreiden, maar het gepubliceerde tienpuntenprogramma bevat geen uitgewerkt kader voor Gaza, de Palestijnse Autoriteit of de Westelijke Jordaanoever.

In een interview met Channel 12 op 6 juni zei Eisenkot dat hij de formule ‘twee staten voor twee volkeren’ nooit had onderschreven. Volgens hem onderschatten leuzen over onmiddellijke vrede de religieuze, nationale en maatschappelijke diepte van het conflict. Daaruit volgt niet dat hij iedere mogelijke vorm van Palestijnse staatsvorming definitief afwijst; een uitgewerkt eindmodel heeft hij niet gepresenteerd. Zijn uitspraken wijzen erop dat onderhandelingen over de definitieve status momenteel niet realistisch zijn en dat andere constructies moeten worden overwogen.

Tegelijkertijd noemt hij zichzelf een uitgesproken voorstander van Joodse vestiging in Judea en Samaria — de Bijbelse en in Israël veelgebruikte benaming voor de Westelijke Jordaanoever — mits die wettig is en het nationale belang van Israël dient. Hij waarschuwt ook dat onbeperkte uitbreiding van nederzettingen, annexatie of een situatie waarin ongeveer even grote Joodse en Palestijnse bevolkingen tussen de Jordaan en de Middellandse Zee door elkaar leven, Israëls toekomst als een Joodse én democratische staat in gevaar zou brengen. Zijn positie is daarmee noch het traditionele tweestatenprogramma, noch de eenstaatsvisie van uiterst rechts. Het is een op veiligheid gerichte koers die scheiding en strategische handelingsvrijheid wil behouden, terwijl de politieke eindregeling wordt uitgesteld.

Eisenkot heeft geweld door extremistische Joodse milities tegen Palestijnen en Israëlische militairen bovendien omschreven als terrorisme en als een bedreiging voor het staatsgezag. Dat standpunt vloeit rechtstreeks voort uit zijn overtuiging dat alleen de staat rechtmatig geweld mag uitoefenen. Het ontbreken van een duidelijkere strategie voor de Palestijnen blijft echter een kwetsbaarheid. Een kandidaat voor het premierschap zal uiteindelijk niet alleen moeten zeggen wat er niet kan gebeuren, maar ook welke politieke orde hij na de oorlog wil opbouwen.

Kan hij een coalitie vormen?

Eisenkot benadert coalitiepolitiek aan de hand van drie voorwaarden, niet met een lijst van partijen die hij bij voorbaat uitsluit. Hij zegt te kunnen samenwerken met iedere partij die Israël aanvaardt als een Joodse en democratische staat, de waarden van de Onafhankelijkheidsverklaring onderschrijft en instemt met militaire dienst of, voor wie daarvoor niet wordt geselecteerd, verplichte nationale of maatschappelijke dienst voor ultraorthodoxe en Arabische burgers van Israël.

Dat schept voorwaardelijke openingen, maar levert nog geen zekere partners op. Ra’am, onder leiding van Mansour Abbas, wordt niet categorisch uitgesloten, maar tussen beide partijen bestaat geen akkoord. De ultraorthodoxe Shas-partij zou theoretisch kunnen deelnemen als zij Eisenkots dienstbeginsel aanvaardt, al botst dat met haar huidige beleid. De standpunten van Hadash-Ta’al en Balad zijn moeilijk te verenigen met Eisenkots definitie van een Joodse staat. De uiterst rechtse partijen zouden hun standpunten op hun beurt moeilijk kunnen verzoenen met de gelijkheidsbeginselen van de Onafhankelijkheidsverklaring.

Over Netanyahu zegt Eisenkot dat iedereen die op 7 oktober 2023 een hoge politieke functie of militaire commandofunctie bekleedde, ongeschikt is om het land verder te leiden. Hij heeft herhaaldelijk beloofd Netanyahu te vervangen en beschuldigt hem ervan de nationale veiligheid ondergeschikt te maken aan persoonlijke en politieke belangen. Ook na herhaald doorvragen heeft Eisenkot echter geen absolute belofte gedaan dat hij nooit met Netanyahu in een regering zal plaatsnemen. Daarmee laat hij binnen het onvoorspelbare parlementaire stelsel enige manoeuvreerruimte.

De coalitierekensom blijft zijn grootste obstakel. In de Kan-peiling van 19 juli kreeg het oppositieblok zonder de Arabische partijen 55 zetels, zes minder dan de meerderheidsgrens van 61, terwijl Netanyahu’s blok op 51 zetels uitkwam. Eisenkot zegt nu te streven naar minstens 63 zetels voor een brede, zionistische en staatsdragende coalitie met Bennett, Lapid, Avigdor Lieberman, Yair Golan en andere oppositiefiguren. Of die partijen na een campagne waarin meerdere leiders aanspraak maken op het premierschap kunnen samenwerken, is allerminst zeker.

De verkiezingen draaien nu om twee modellen van leiderschap

Eisenkots opkomst verandert de structuur van de verkiezingsstrijd. De verkiezingen zijn niet langer uitsluitend een oordeel over Netanyahu of een conventionele tegenstelling tussen links en rechts. Ze worden steeds meer een keuze tussen twee modellen van leiderschap op veiligheidsgebied: Netanyahu’s sterk gepersonaliseerde politiek van machtsbehoud, politieke bondgenootschappen en het nemen van strategische risico’s, tegenover Eisenkots belofte van institutionele discipline, gelijke dienstverplichtingen en bestuur dat verantwoording aflegt.

De sterke kanten van de voormalige generaal zijn duidelijk. Hij beschikt over geloofwaardigheid op veiligheidsgebied, een aansprekende levensloop, een reputatie van degelijkheid en het vermogen kiezers aan te trekken die zich niet met links identificeren. Zijn zwakke punten zijn even duidelijk. Hij heeft beperkte politiek-bestuurlijke ervaring in uitvoerende functies, zijn binnenlandse programma is vooralsnog eerder een bestuurlijk raamwerk dan een volledig financieel doorgerekend plan en hij blijft bewust vaag over de politieke toekomst van de Palestijnen. Bovenal heeft hij nog niet aangetoond dat hij een eerste plaats in de peilingen kan omzetten in steun van minstens 61 Knessetleden voor een regering.

Peilingen ruim drie maanden voor verkiezingsdag zijn momentopnamen, geen uitslagen. Netanyahu heeft zich bovendien herhaaldelijk teruggevochten uit posities die politiek uitzichtloos leken. Toch is Eisenkot nu de uitdager die het duidelijkst in staat lijkt de campagne opnieuw vorm te geven. Zijn centrale stelling is dat de Israëlische veiligheid niet los kan worden gezien van competent bestuur, gelijke plichten en grenzen aan politieke macht. De verkiezingen zullen uitwijzen of Israëli’s dat als een geloofwaardig nationaal alternatief beschouwen — of slechts als de zoveelste centristische belofte die niet bestand is tegen de realiteit van coalitievorming.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: