Hoe diep kan de Belgische pers zakken in haar goedkeuring van antisemitisch geweld
De Standaard vraagt zich af of een moordpartij op joden wel antisemitisch is

Er bestaat een merkwaardige reflex in een deel van de Belgische pers die telkens opnieuw opduikt wanneer de slachtoffers Joods zijn. Waar bij andere vormen van geweld onmiddellijk morele helderheid wordt geëist, ontstaat bij antisemitisch geweld plots twijfel, semantiek en “context”. Alsof de benoeming van Jodenhaat eerst door een intellectuele wasstraat moet, vooraleer ze maatschappelijk aanvaardbaar wordt.

De recente berichtgeving rond een dodelijke aanval op een Joods evenement in het buitenland maakte dat opnieuw pijnlijk duidelijk. Terwijl internationale autoriteiten en veiligheidsdiensten de daad als een gerichte aanval op Joden benoemden, stelde De Standaard zich publiek de vraag of deze moordpartij “wel antisemitisch” was. Niet hoe dit kon gebeuren. Niet wat dit betekent voor Joodse gemeenschappen wereldwijd. Maar of de kwalificatie zelf wel gepast was.

Die vraag is geen onschuldige journalistieke nuance. Ze is een morele keuze.

De ontkenning in maatpak

Wanneer geweld expliciet gericht is tegen een Joodse gemeenschap, tegen een religieus feest, tegen mensen die herkenbaar Joods zijn, dan is de reflex om het begrip antisemitisme te problematiseren geen vorm van intellectuele scherpte. Het is een verschuiving van focus: weg van de daders, weg van de slachtoffers, en richting een debat over taal.

Dat debat is niet neutraal. Het creëert een sfeer waarin antisemitisme niet langer een feitelijke vaststelling is, maar een betwistbaar narratief. En precies dat maakt herhaling mogelijk. Want geweld dat niet ondubbelzinnig benoemd wordt, wordt ook niet ondubbelzinnig veroordeeld.

De rol van De Standaard en het Hannah Arendt Instituut

Opvallend in de berichtgeving van De Standaard is de vaste terugkeer naar dezelfde morele en academische referentiekaders. Het Hannah Arendt Instituut fungeert daarbij steeds vaker als intellectuele onderbouwing voor een discours dat vooral waarschuwt tegen “instrumentalisering” en “politieke recuperatie” — doorgaans wanneer Joodse stemmen antisemitisme benoemen.

Dat is geen toeval. De Standaard en het Hannah Arendt Instituut werken structureel samen, onder meer via gezamenlijke mediaprojecten en podcasts. Het instituut profileert zich als expertisecentrum rond democratie, diversiteit en samenleven, maar neemt in het Israël-Gaza-debat een uitgesproken normatieve positie in.

Die positie vertaalt zich in analyses waarin Israël structureel als morele dader wordt gepositioneerd, terwijl antisemitisme in Europa wordt herleid tot een betreurenswaardig neveneffect. Het onderscheid tussen kritiek op Israëlisch beleid en de maatschappelijke gevolgen daarvan voor Joden in Europa wordt zelden scherp bewaakt. Integendeel: hoe feller de demonisering van Israël, hoe meer antisemitisme wordt voorgesteld als “bijzaak” of “misbruik van het begrip”.

De radicalisering van morele taal

Wanneer academische en semi-publieke instellingen begrippen als “genocide” normaliseren in het dagelijkse debat, zonder juridische terughoudendheid en zonder aandacht voor de Europese context, verschuift het morele landschap. Taal wordt niet langer een instrument van analyse, maar van mobilisatie.

In zo’n klimaat worden Joodse gemeenschappen automatisch meegezogen in een moreel conflict waar zij geen partij in zijn. Wie Israël als absolute belichaming van kwaad framet, creëert onvermijdelijk een vijandbeeld dat overslaat op Joden in het algemeen. Dat is geen theoretische vrees, maar een historisch bewezen mechanisme.

Woke ideologie en de uitsluiting van Joden als slachtoffers

Hier raakt men aan de kern van het probleem: binnen een hedendaags progressief discours worden slachtoffers geselecteerd op basis van een ideologisch raster. Wie als “machtig”, “westers” of “wit” wordt gecodeerd, verliest automatisch het recht op slachtofferschap.

Joden passen steeds minder in dat kader. Ze worden niet langer gezien als historische minderheid, maar als verlengstuk van een vermeende koloniale macht. Daardoor wordt Jodenhaat onzichtbaar, of erger: rationeel verklaarbaar.

Antisemitisme wordt zo niet ontkend door het te verdedigen, maar door het te herdefiniëren tot iets anders. Tot “kritiek”. Tot “woede”. Tot “context”.

Het Greta Thunberg-symptoom

De verschuiving van ecologisch activisme naar een allesoverheersend Israël-Palestina-discours illustreert deze dynamiek perfect. Figuren die ooit universele thema’s vertegenwoordigden, hebben hun morele energie verlegd naar een conflict dat in Europa een directe impact heeft op Joodse veiligheid.

De controverse rond Greta Thunberg is daarin symbolisch. Niet omdat zij persoonlijk het probleem belichaamt, maar omdat haar traject toont hoe gemakkelijk moreel absolutisme blind kan worden voor antisemitische effecten. Wanneer kritiek geen zelfcorrectie meer kent, radicaliseert ze.

Antwerpen: Jeruzalem van het Noorden, maar niet immuun

Antwerpen, vaak “het Jeruzalem van het Noorden” genoemd vanwege de concentratie van orthodoxe Joden, bevindt zich in een bijzonder kwetsbare positie. De gemeenschap leeft sterk geconcentreerd, met eigen structuren, scholen en media. Dat biedt bescherming, maar ook isolatie.

In een samenleving waar het publieke debat snel verhardt, kan zo’n informatieve en sociale bubbel gevaarlijk worden. Niet omdat de gemeenschap zich afsluit uit onwil, maar omdat de dreiging vaak pas zichtbaar wordt wanneer ze al concreet is.

Bart De Wever: noodzakelijke steun, maar voldoende?

De uitgesproken steun van Bart De Wever, zowel als burgemeester van Antwerpen als in zijn rol op federaal niveau, is oprecht en belangrijk. Zijn duidelijke veroordeling van antisemitisme vormt een zeldzaam tegengewicht in het Belgische politieke landschap.

Maar de vraag dringt zich op: is één politieke figuur voldoende wanneer grote delen van het publieke debat antisemitisme blijven relativeren, problematiseren of herformuleren? Wanneer media, academische instellingen en politieke partijen systematisch twijfelen aan de legitimiteit van Joodse bezorgdheid?

De vraag die niemand wil stellen

Daarom kan de kernvraag niet langer vermeden worden: is er een toekomst voor de Joodse gemeenschap in België?

Niet omdat Joden hier niet thuishoren, maar omdat een samenleving die niet meer in staat is antisemitisme helder te benoemen, haar morele fundament ondergraaft. Wanneer een moordpartij op Joden eerst door een semantisch filter moet, is dat geen nuance meer — het is verval.

Wie dat overdreven vindt, hoeft geen slogans te analyseren, maar patronen. Patronen in taal. In framing. In stiltes. In vragen die alleen gesteld worden wanneer de slachtoffers Joods zijn.

Een samenleving die dat accepteert, verliest niet alleen haar Joodse burgers. Ze verliest haar morele geloofwaardigheid.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: