Tijdens het Festival van Vlaanderen breekt steeds meer politieke aandacht los over vermeend antisemitisme dat met overheidssubsidies zou worden ondersteund door prominenten als Caroline Gennez en Sami El-Bazioui. Onder druk van kopstukken binnen Vooruit en Groen komt dit debat eindelijk in volle openbaarheid.
De voorzitter van het festival probeerde aanvankelijk de kritiek te verbergen, maar de omvang van de publieke druk maakt dat onmogelijk. Het Festival van Vlaanderen krijgt jaarlijks aanzienlijke steun: € 750.000 van de Vlaamse overheid, aangevuld met € 50.000 vanuit Toerisme Vlaanderen en nog eens € 50.000 uit een Vlaams potje gefinancierd door de Nationale Loterij. Daarbovenop voorziet Stad Gent € 747.292, deels in geld, deels in ondersteuning en infrastructuur, waaronder het ter beschikking stellen van het Muziekcentrum De Bijloke en de Vlaamse Opera. Dit alles gebeurt in een stad waar El-Bazioui op dit moment waarnemend burgemeester is.
Dat deze gang van zaken wordt gedoogd of zelfs ondersteund door Sophie Dutordoir, CEO van de NMBS, is opmerkelijk. Voor critici lijkt dit een manier om de historische verantwoordelijkheid van de NMBS te relativeren. Na 1940 ontving de NMBS immers 50 miljoen Belgische frank, wat vandaag wordt gelijkgesteld aan 50 miljoen euro. Indien men daarop samengestelde interest berekent tot 2025, levert dat indrukwekkende bedragen op:
- Bij 2% rente: ca. € 269 miljoen
- Bij 3% rente: ca. € 617 miljoen
- Bij 5% rente: ca. € 3,16 miljard
Zelfs zonder rekening te houden met de onschatbare morele schade, blijft dit een gigantische financiële last die moeilijk genegeerd kan worden.
Kranten zoals De Standaard stellen dat financiële motieven een doorslaggevende rol spelen in de keuzes van het festival. Politieke druk vanuit Vooruit en Groen wordt openlijk benoemd. Opvallend is dat zelfs tegenkanting vanuit andere partijen of zelfs de Eerste Minister nauwelijks werd meegewogen.
De normalisering van anti-Israëlretoriek en antisemitisme in politieke kringen is een zorgwekkende evolutie. Het kabinet van Gennez speelde hierin een centrale rol, zeker omdat de voormalige directeur van het Gent Festival nu werkzaam is op haar kabinet en blijkbaar de druk coördineerde. Vooruit organiseerde manifestaties en waarschuwde tegelijk voor de controverse, wat wijst op interne spanningen en politieke berekening.
Wie denkt dat dit enkel een Gents probleem is, hoeft maar naar Sint-Jans-Molenbeek te kijken, waar een Europese jury binnenkort beslist of de gemeente de titel van “Culturele Hoofdstad van Europa” krijgt. Voor hun komst worden de straten netjes opgepoetst, maar de onderliggende problemen blijven. Schepen en waarnemend burgemeester Saliha Raiss veroorzaakte recent opschudding door te zeggen dat “wie het hier niet bevalt, moet oprotten.”
Met een bevolking die voor meer dan 40% uit moslims bestaat, vertegenwoordigt Molenbeek volgens critici niet de diversiteit of tolerantie die Europa zou moeten uitstralen, maar eerder een toenemende intolerantie. De stad heeft een beladen reputatie door inwoners als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini. Het “opruimwerk” voor de jury is symbolisch: men poetst de straten, maar niet de problemen.
Vandaag staat Gent symbool voor de culturele expressie van dit nieuwe Europa; morgen kan Molenbeek dat zijn. Maar de vraag blijft: wat betekent “cultuur” nog als principes van verlichting, democratie en tolerantie zo gemakkelijk worden weggevaagd?
Ontvang het laatste nieuws
Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox:
