Belgische politici gaan Mamdani achterna
Alexander Zanzer

Ronald Reagan vertelde ooit een anekdote over drie mannen die voor de hemelpoort stonden. Er was nog slechts plaats voor één van hen. Men besloot daarom degene binnen te laten die het oudste beroep ter wereld uitoefende.

De eerste man was chirurg.

“Mijn beroep is het oudste,” zei hij. “God nam een rib uit Adam om Eva te scheppen. Dat was een chirurgische ingreep.”

De tweede was ingenieur.

“Onmogelijk,” antwoordde hij. “Vóór Adam en Eva bestond er slechts chaos. Iemand moest daaruit de wereld bouwen. Dat was het werk van een ingenieur.”

Toen stapte de derde man naar voren.

Bij Reagan was hij een econoom. Voor onze tijd verdient de anekdote één kleine aanpassing: de derde man is een politicus.

De chirurg en de ingenieur bekijken hem ongelovig.

De politicus haalt zijn schouders op.

“En waar,” vraagt hij, “denken jullie dat die chaos vandaan kwam?”

Reagan gebruikte de oorspronkelijke versie in 1982. De grap is oud, maar de diagnose veroudert niet.

De beroepspoliticus heeft geen ideologie. Hij heeft een productgamma. Vandaag verkoopt hij solidariteit, morgen veiligheid, overmorgen verontwaardiging. Zijn overtuiging duurt precies zolang als de peiling die haar rendabel maakt.

Hij lost problemen niet noodzakelijk op. Hij ontgint ze.

Chaos is voor hem geen ramp, maar een grondstof. Verdeeldheid is geen mislukking, maar een kieskring. Angst, afgunst en wrok zijn geen maatschappelijke ziekten die moeten worden genezen, maar emoties die kunnen worden geoogst.

New York heeft daarvan het handboek geschreven. Zohran Mamdani heeft het van een kaft voorzien.

Afgunst met een gratis busticket

Wie beweert dat Mamdani uitsluitend won dankzij zijn voorstellen voor gratis bussen, gratis kinderopvang en een huurbevriezing, ziet alleen de verpakking. Die beloften waren slim, eenvoudig en fotografisch. Men kon ze in één zin uitleggen en in een filmpje van dertig seconden verkopen.

Maar iedere gratis rit heeft een verborgen loket. Iedere gratis dienst heeft een rekening. En in Mamdani’s verhaal stond al vast wie die rekening moest betalen: iemand anders.

Zijn succes rustte op twee oude politieke pijlers. De eerste was afgunst. De tweede was de electorale normalisering van antisemitische sentimenten onder de vlag van anti-Israëlisch activisme.

Mamdani zei openlijk dat miljardairs volgens hem niet zouden moeten bestaan. Zijn campagne koppelde haar sociale beloften aan hogere belastingen voor miljonairs en ondernemingen. De boodschap was niet alleen dat armere New Yorkers geholpen moesten worden. De diepere boodschap was dat rijkdom op zichzelf verdacht was geworden.

Daar ligt het verschil tussen sociaal beleid en afgunstpolitiek.

Sociaal beleid vraagt hoe mensen kunnen worden opgetild. Afgunstpolitiek vraagt wie naar beneden moet worden getrokken.

Sociaal beleid wil armoede verminderen. Afgunstpolitiek wil rijkdom moreel verdacht maken.

De ondernemer wordt niet langer voorgesteld als iemand die kapitaal verzamelde, risico nam, personeel betaalde en misschien ook fouten maakte. Hij wordt gereduceerd tot de karikatuur van iemand die “te veel” heeft. Hoe dat vermogen ontstond, doet er niet meer toe. Het bestaan ervan geldt als bewijs van schuld.

Afgunst is jaloezie die een stembriefje heeft gekregen.

Dat was Mamdani’s eerste politieke brandstof. Hij beloofde de kiezer geen samenleving waarin meer mensen vermogen konden opbouwen. Hij beloofde een samenleving waarin de vermogenden de rekening zouden krijgen. Het is een onweerstaanbare formule, want de politicus biedt voordelen aan mensen die ervoor mogen stemmen en stuurt de factuur naar een minderheid die hem toch niet steunt.

Antisemitisme in humanitaire verpakking

De tweede pijler was duisterder.

Kritiek op Israël is niet automatisch antisemitisch. Kritiek op Benjamin Netanyahu evenmin. Een regering, ook de Israëlische, mag scherp worden beoordeeld. Oorlogsvoering mag worden onderzocht. Palestijns lijden mag niet worden ontkend of geminimaliseerd.

Maar Mamdani bleef niet bij kritiek op een regering.

Hij steunt de BDS-beweging, weigerde het bestaansrecht van Israël specifiek als Joodse staat te onderschrijven en verkoos de formulering dat Israël alleen als een staat met gelijke rechten voor iedereen mocht bestaan. Hij weigerde aanvankelijk de slogan “globalize the intifada” te veroordelen. Pas onder politieke druk beloofde hij de woorden zelf niet te gebruiken en anderen te zullen ontmoedigen. Eerder had hij de brutaliteit van de New Yorkse politie rechtstreeks aan Israël gekoppeld met de bewering dat, wanneer de laars van de NYPD op iemands nek staat, die laars door het Israëlische leger is geregen.

Dat zijn geen toevallige uitglijders. Het is een patroon.

De Joodse staat wordt niet behandeld als één staat tussen vele staten, met grenzen, regeringen, misdaden, vijanden en historische trauma’s. Zij wordt behandeld als de metafysische bron van onrecht, alsof zelfs politiegeweld in New York pas begrijpelijk wordt wanneer men er Israël bij haalt.

Dat is de kenmerkende beweging van het moderne antisemitisme. Het zegt zelden nog openlijk: “Ik haat Joden.” Het spreekt liever over de ene Joodse staat die als enige geen nationaal bestaansrecht zou mogen hebben. Het spreekt over verborgen invloed, duister geld en een macht die achter de zichtbare werkelijkheid zou opereren. Het geeft oude vooroordelen een nieuw vocabularium en noemt dat vervolgens mensenrechtenactivisme.

In juni 2026 noemde Mamdani AIPAC, de pro-Israëlische lobbyorganisatie, en de krachten die volgens hem de bestaande orde beschermen zelfs “monsters”. Daarbij sprak hij over miljoenen aan “dark money”, macht en pogingen om mensen tegen elkaar op te zetten. Zelfs enkele progressieve Joodse medestanders veroordeelden die woordkeuze als onderdeel van een verontrustende ontwikkeling.

Men hoeft niet in Mamdani’s hoofd te kunnen kijken om zijn taal te beoordelen. Politiek gaat niet over geheime bedoelingen, maar over openbare signalen.

Een politicus die in de stad met de grootste Joodse gemeenschap buiten Israël de term intifada eerst semantisch relativeert, het Joodse karakter van Israël afwijst, de Israëlische strijdkrachten verantwoordelijk maakt voor Amerikaans politiegeweld en vervolgens een invloedrijke pro-Israëlische organisatie afbeeldt als een door duister geld gevoed monster, weet welk publiek hij bedient.

Dat hij daarnaast verklaart antisemitisme te willen bestrijden, wist die keuzes niet uit. Een politicus kan op maandag plechtig de brandveiligheid verdedigen en op dinsdag lucifers uitdelen.

De politieke chemie van de jaren dertig

De vergelijking met het nazisme moet zorgvuldig worden gemaakt. Mamdani is geen Hitler en New York is niet het Duitsland van 1933. Een rechtstreekse gelijkstelling zou historisch lui en intellectueel onhoudbaar zijn.

Maar daarom mag men het mechanisme nog niet negeren.

De giftige politieke chemie bestaat uit twee bestanddelen: economische wrok en een Joods vijandbeeld. Men vertelt de ene groep dat haar achterstand het gevolg is van de rijkdom van een andere groep. Vervolgens leert men haar dat achter die rijkdom, die media, die lobby’s en die politieke macht telkens dezelfde verdachte invloed schuilgaat.

Het United States Holocaust Memorial Museum beschrijft hoe de nazi’s tijdens de economische depressie aan populariteit wonnen door Joden voor te stellen als de bron van politieke, sociale, economische en morele problemen. Zij maakten van frustratie een beschuldiging en van beschuldiging een wereldbeeld.

Niet dezelfde beweging. Niet dezelfde misdaad. Wel een historisch herkenbare methode.

Wie burgers leert dat maatschappelijke problemen niet het gevolg zijn van complexe instellingen, verkeerde wetten, menselijke zwakheid en botsende belangen, maar van een moreel verdorven klasse en een verdachte minderheid, legt altijd hetzelfde spoor. Het eindstation kan verschillen. De richting blijft gevaarlijk.

Mamdani bracht de trein in beweging en de Democratische Partij kijkt naar de kaartverkoop.

In juni 2026 wonnen drie door hem gesteunde kandidaten Democratische voorverkiezingen voor het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Twee gevestigde parlementsleden werden verslagen. Wat in 2025 nog als een verrassende lokale overwinning werd voorgesteld, ontwikkelt zich nu tot een politieke school: tastbare voordelen beloven, economische tegenstanders demoniseren en anti-Israëlisch radicalisme als morele zuiverheid presenteren.

Succes is besmettelijker dan overtuiging.

Les Engagés ontdekken de afgunst

Belgische politici hebben goed gekeken.

De anti-Israëlische agitatie is hier inmiddels zo alledaags geworden dat Joodse burgers telkens opnieuw worden gedwongen zich te verantwoorden voor een regering waarvoor zij niet hebben gestemd en een oorlog waarover zij geen zeggenschap hebben. De grens tussen kritiek op Israël en verdachtmaking van Joden wordt voortdurend overschreden, waarna men verontwaardigd doet wanneer iemand het woord antisemitisme gebruikt.

Maar die bron alleen levert niet onbeperkt stemmen op. Daarom wordt nu Mamdani’s andere brandstof ingezet: afgunst.

Les Engagés willen de socialisten en zelfs de PTB links voorbijsteken met voorstellen die economisch schadelijk maar electoraal beeldend zijn. Zij stellen een jaarlijkse bijdrage voor op wat zij “grote financiële vermogens” noemen. Vastgoed wordt uitgesloten en de eerste 500.000 euro aan financiële activa is vrijgesteld. Technisch wordt dus alleen het gedeelte boven 500.000 euro belast. Politiek is de boodschap echter duidelijk: vanaf een half miljoen euro opent de poort naar de categorie van het “grote vermogen”.

Dat bedrag is aanzienlijk. Maar het is niet de rijkdom van een oligarch.

Het kan de opbrengst zijn van een verkochte kleine onderneming. Het kan de pensioenreserve zijn van iemand die veertig jaar heeft gespaard en belegd. Het kan het kapitaal zijn van een zelfstandige die geen royaal ambtenarenpensioen ontvangt. Het kan het bedrag zijn waarmee iemand later zijn zorg, zijn kinderen of zijn oude dag wil financieren.

Voor Les Engagés volstaat het echter om die burger politiek te herdefiniëren. Hij is niet langer voorzichtig, zelfstandig of vooruitziend. Hij behoort voortaan tot de “grote vermogens”.

De PS legt zijn definitie van een “ultrarijke” bij 1,25 miljoen euro, naast de eigen woning en professionele activa. De PTB begint zijn miljonairstaks pas bij een nettovermogen van vijf miljoen euro. De belastinggrondslagen verschillen, maar de semantische wedloop is onmiskenbaar: Les Engagés verlagen de politieke vermogensgrens verder dan partijen die zich openlijk socialistisch of marxistisch noemen.

Dat is geen centrumpolitiek. Dat is electorale prijsbrekerij.

Men wil de PTB niet bestrijden door uit te leggen waarom haar economische recepten verkeerd zijn. Men probeert haar te verslaan door een nog grotere groep burgers tot rijke belastingzondaars te verklaren.

Californië belast bergen, België belast heuvels

De vergelijking met Californië maakt de Belgische verarming van het begrip “rijk” bijna komisch.

In Californië stemmen de kiezers in november 2026 over een eenmalige heffing van vijf procent op personen met een vermogen van meer dan één miljard dollar. Zelfs in een van de progressiefste Amerikaanse staten gaat het dus uitdrukkelijk over miljardairs. Het voorstel is bovendien eenmalig.

In België spreekt men over een jaarlijkse bijdrage die begint boven 500.000 euro aan financiële activa.

Californië wijst naar een berg en noemt hem een berg.

België wijst naar een heuvel en kondigt aan dat ook daar de sherpa’s moeten betalen.

Het verschil is meer dan rekenkundig. Het onthult twee tegengestelde ambities. Californië discussieert over de vraag hoeveel men mag afnemen van mensen die meer dan een miljard bezitten. België discussieert over de vraag hoe laag men de definitie van rijkdom kan leggen zonder dat de middenklasse begrijpt dat zijzelf de volgende doelgroep is.

Men wil België niet rijker maken. Men wil het begrip rijk zo ver naar beneden trekken dat steeds meer burgers erboven uitsteken en dus fiscaal kunnen worden geplukt.

Een land wordt echter niet welvarend door zijn spaarders rijk te noemen. Het wordt evenmin rechtvaardig door zijn succesvolle burgers verdacht te maken.

Gelijkheid in verarming blijft verarming.

De belasting die haar eigen kiezers selecteert

Natuurlijk zal niet iedereen die wordt getroffen onmiddellijk vertrekken. Mensen hebben gezinnen, huizen, ondernemingen, personeel en sociale banden.

Maar niet iedereen hoeft te vertrekken.

Een belastingbasis wordt niet uitgehold door een volledige volksverhuizing. Het volstaat dat de mobielste ondernemers, investeerders en vermogenden als eersten gaan. Onderzoek met Scandinavische gegevens toont dat hogere vermogensbelastingen wel degelijk migratiereacties veroorzaken en dat ondernemingen schade kunnen ondervinden wanneer hun eigenaars vertrekken. Een verhoging van het hoogste vermogensbelastingtarief met één procentpunt verminderde in die studie het aantal aanwezige vermogende belastingplichtigen met ongeveer twee procent.

Een land hoeft dus niet leeg te lopen om armer te worden. Het volstaat dat juist degenen vertrekken die elders opnieuw kapitaal, ondernemingen en banen kunnen opbouwen.

Daarin schuilt bovendien een perverse electorale logica.

De mensen die worden belast, vertrekken of trekken hun investeringen terug. De mensen die de belasting steunen, blijven. Bij de volgende verkiezing is het aandeel tegenstanders kleiner en het aandeel begunstigden groter.

De belasting vernietigt langzaam haar eigen oppositie.

Wanneer vervolgens de opbrengst tegenvalt, zullen de politici niet besluiten dat de belasting verkeerd was. Zij zullen zeggen dat de rijken zijn gevlucht en dat daarom een nieuwe groep “haar eerlijke bijdrage” moet leveren.

Vandaag ligt de grens op 500.000 euro.

Morgen op 400.000.

Daarna op 250.000.

Het grote vermogen wordt een bescheiden vermogen. Het bescheiden vermogen wordt spaargeld. Het spaargeld wordt een teken van privilege. En telkens zal men beweren dat slechts een kleine, uitzonderlijk bevoorrechte minderheid wordt getroffen.

Tot de minderheid de meerderheid is geworden.

Armoede als machtsmiddel

Armere burgers zijn gemakkelijker te besturen dan onafhankelijke burgers. Niet omdat zij minder intelligent of minder waardig zouden zijn, maar omdat economische afhankelijkheid de politieke bewegingsruimte verkleint.

Wie voor zijn woning, vervoer, kinderopvang, inkomen en gezondheidszorg steeds sterker van de overheid afhankelijk wordt, kan zich minder gemakkelijk tegen diezelfde overheid keren.

Welvaart verspreidt macht.

Armoede concentreert haar.

Een zelfstandige burger kan weigeren, vertrekken, investeren, een krant steunen, een vereniging financieren of een politieke beweging beginnen. Een afhankelijke burger moet eerst nagaan of zijn uitkering, vergunning, subsidie of sociale woning niet in gevaar komt.

De politicus die beweert armoede te bestrijden, heeft daarom niet altijd belang bij de verdwijning ervan. Armoede is ook een klantenbestand. Afhankelijkheid is ook electorale trouw. De overheid reikt de reddingsboei uit, nadat zij eerst het water heeft laten stijgen.

Na het vertrek van ondernemers en kapitaal kan de fiscale grens telkens verder worden verlaagd. Uiteindelijk steken alleen nog de politici boven de lat uit — niet noodzakelijk omdat zij het rijkst zijn, maar omdat zij zelf bepalen hoe hoog de lat ligt.

Amerika blijft een voorbeeld

De Verenigde Staten blijven een voorbeeld voor Europa. Maar niet elk voorbeeld is bedoeld om te worden gevolgd.

Sommige voorbeelden zijn monumenten.

Andere zijn waarschuwingsborden.

Mamdani toont hoe men verkiezingen kan winnen door sociale beloften te combineren met economische afgunst en anti-Israëlische radicalisering die antisemitische denkbeelden politiek salonfähig maakt. Hij toont hoe men voordelen zichtbaar en kosten onzichtbaar maakt. Hoe men de kiezer een cadeau overhandigt en tegelijk een vijand aanwijst die ervoor moet betalen.

Belgische politici importeren niet de Amerikaanse ondernemingszin, de constitutionele vrijheidsdrang of het wantrouwen tegenover een almachtige overheid.

Zij importeren de haatpredikers en chaosbouwers.

Aan de hemelpoort staat de politicus nog altijd te glimlachen. Hij hoeft niet te vragen waar de chaos vandaan kwam. Hij weet het antwoord.

Hij heeft haar helpen scheppen, haar vervolgens een crisis genoemd, haar slachtoffers belast en ten slotte beloofd haar op te lossen — na de volgende verkiezingen.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: