België, het 72-uurparadijs: een land dat zich voorbereidt op een ramp terwijl het er al één runt
AZ

Ik werd deze ochtend wakker, opende de kranten, en vernam—met dank aan minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin—dat we ons, wegens de geopolitieke situatie en uiteraard ook klimaatverandering, moeten voorbereiden om te vluchten of te schuilen met een noodpakket voor 72 uur: cash geld, kaarsen, water en voldoende wc-papier om zowel oorlog als bureaucratie te overleven.

Op een bepaalde manier is dat geruststellend.

De oorlog in Oekraïne duurt ondertussen langer dan elk van de vorige wereldoorlogen, en toch wordt ons aangeraden ons voor te bereiden op slechts 72 uur. Geen 73. Geen 96. Precies 72. Blijkbaar werkt een catastrofe in België volgens een strak administratief schema.

Aan de andere kant: als beleidsmakers stilzwijgend rekening houden met nucleaire scenario’s, dan is 72 uur al overdreven optimistisch. In dat geval zijn de kaarsen minder bedoeld voor verlichting en meer voor symboliek.

Het toevoegen van klimaatverandering aan de boodschap zou de urgentie moeten verzachten. Dat doet het niet. Het vergroot enkel de lijst van existentiële dreigingen—van geopolitieke escalatie tot een stevige regenbui in Antwerpen.

De echte vraag is: waar moeten we eigenlijk naartoe vluchten? En hoe? Met de huidige brandstofprijzen zal bij een echte crisis het eerste tekort geen wc-papier zijn, maar benzine.

Ondertussen blijft een andere Belgische paradox rustig op de achtergrond verder draaien.

Volgens academische analyses van instellingen zoals UCLouvain beschikt België over 7 parlementen, 6 regeringen, 5 bestuursniveaus en meer dan 30.000 politieke mandaten. Men zou kunnen stellen dat dit geen bestuur is—maar een politiek ecosysteem.

En toch is “voorbereiding” de prioriteit.

Voorbereiding op wat precies? Op een crisis—of op de coördinatievergadering om te bepalen welk bestuursniveau bevoegd is voor die crisis?

Politici bekritiseren is populair, maar het probleem is structureel.

België stelt ongeveer 18–19% van zijn beroepsbevolking te werk in de publieke sector, volgens OECD-gegevens. Bijna één op vijf werknemers is rechtstreeks afhankelijk van de staat.

Deze groep geniet van pensioenstelsels die, zoals officiële Belgische cijfers bevestigen, structureel gunstiger zijn dan die in de privésector. Tegelijk blijft de minst beschermde categorie de zelfstandige—net de groep waarvan verwacht wordt dat zij economische waarde creëert.

De uitleg is telkens dezelfde: ambtenaren worden gecompenseerd voor lagere lonen.

De vraag die nooit gesteld wordt: hoeveel zouden die lonen bedragen in de privésector—en zouden ze daar überhaupt worden aangenomen?

Dan het echte probleem: het begrotingstekort.

België heeft niet zomaar een tekort. Het heeft er een systeem van gemaakt.

Volgens de laatste prognoses van de Europese Commissie zal het Belgische begrotingstekort oplopen tot ongeveer 5,5% van het bbp in 2026.

Laat dat even bezinken.

Vijf komma vijf procent.

Niet tijdens een financiële crisis. Niet tijdens een pandemie. Niet tijdens een noodsituatie. Maar in wat officieel een “normale” economische periode wordt genoemd.

De staatsschuld zal tegen 2026 richting bijna 110% van het bbp gaan.

Op dit niveau beheert België zijn financiën niet meer—het schuift ze vooruit.

Sterker nog: zonder ingrepen zullen de tekorten na 2026 verder blijven stijgen.

En toch krijgt de burger de opdracht zich voor te bereiden op 72 uur.

En dan komt het meest poëtische element van het geheel.

De Belgische koning, Koning Filip, ondernam recent een zogenaamde “economische missie”—niet naar het buitenland, maar binnen België zelf, tussen Vlaanderen en Wallonië.

Normaal zijn dergelijke missies voorbehouden aan buitenlandse landen.

België heeft hier echter een innovatie doorgevoerd.

Het organiseert diplomatieke missies binnen zijn eigen grenzen.

De symboliek is moeilijk te negeren: een land dat zo structureel verdeeld is dat het een koninklijke tussenkomst nodig heeft om economisch met zichzelf samen te werken.

Wat verenigt België eigenlijk?

Geen taal.
Geen economisch beleid.
Geen begrotingsdiscipline.

Zeker geen deficitbeheer.

Wat België verenigt, is iets veel duurzamer: een systeem dat complexiteit herverdeelt, inefficiëntie institutionaliseert en nabijheid tot de staat beloont boven bijdrage eraan.

Een systeem waarin:

  • Burgers noodpakketten voorbereiden
  • Overheden begrotingstekorten voorbereiden
  • En instellingen verklaringen voorbereiden

Ja, houd de kaarsen.

Ja, houd het cash geld.

Ja, houd het wc-papier.

Maar misschien zou het echte Belgische noodpakket iets anders moeten bevatten:

Minder regeringen.
Minder parlementen.
Minder privileges.
En een begrotingsstrategie die langer meegaat dan 72 uur.

Want de echte crisis komt niet.

Ze is al lang operationeel.

 

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: