Ambassadeur White, de prijs van de stilte en België’s onvoltooide afrekening
AZ

Diplomatieke twisten gaan zelden over etiquette. Zij gaan over macht, over narratief, en bovenal over herinnering. De controverse rond ambassadeur Bill White, de ambassadeur van de Verenigde Staten in België, is geen futiel meningsverschil over toonzetting. Zij is een botsing tussen Amerikaanse constitutionele helderheid en Belgische historische ambiguïteit.

Toen Belgische politieke figuren, onder wie minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot, ambassadeur White publiek terechtwezen, was de ondertoon onmiskenbaar: een ambassadeur dient zich in te tomen, morele oordelen te vermijden en lokale gevoeligheden te ontzien. Die kritiek berust evenwel op een miskenning van de constitutionele orde die de ambassadeur belichaamt.

Krachtens Artikel II, Sectie 2 van de Grondwet van de Verenigde Staten “zal de President ambassadeurs benoemen, met advies en instemming van de Senaat”. Een Amerikaanse ambassadeur is geen decoratieve aanwezigheid. Hij is de geaccrediteerde, persoonlijke vertegenwoordiger van de President van de Verenigde Staten. Hij spreekt niet in eigen naam, maar in naam van de uitvoerende macht — en, symbolisch, in naam van het electoraat.

Zijn recht om de boodschap van de President over te brengen in twijfel trekken, is niet louter kritiek op een diplomaat. Het is een betwisting van de legitimiteit van het ambt dat hij vertegenwoordigt.

De prijs per kilometer

België’s morele gezag om anderen de les te spellen inzake diplomatieke betamelijkheid zou overtuigender zijn indien het eigen historische grootboek minder onrustig was.

Het officiële rapport over de rol van de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS bevestigde dat Belgische treinen Joden vanuit België naar de nazistische vernietigingskampen vervoerden. Minder vaak benadrukt wordt dat de spoorwegen voor deze transporten 4 Reichspfennig per kilometer per gedeporteerde Jood ontvingen.

Vier pfennig per kilometer per mens.

Dwang is een complexe historische categorie. Maar wanneer dwang wordt vergoed — wanneer facturen worden opgemaakt, afstanden berekend en tarieven toegepast — begeeft men zich op het terrein van collaboratie. Omgerekend naar hedendaagse waarde zouden de betrokken bedragen neerkomen op tientallen miljoenen euro’s — om en bij de 50 miljoen euro in koopkracht van 2026.

De morele asymmetrie is des te schrijnender. Belgische spoorwegarbeiders saboteerden of vertraagden treinen die materialen vervoerden essentieel voor de Duitse oorlogsinspanningen. Maar treinen vol gedeporteerden, bestemd voor de dood, bleven grotendeels hun traject volgen. Het verschil tussen staal en vlees is geen logistieke kwestie. Het is een ethische.

De geschiedenis beschuldigt niet lichtvaardig. Maar zij vergeet evenmin.

Culturele signalen en hedendaagse echo’s

Het onopgeloste verleden sijpelt door in het heden.

De groteske antisemitische karikaturen tijdens het Aalster carnaval leidden ertoe dat UNESCO het evenement van zijn erfgoedlijst schrapte. Wat sommigen als satire verdedigden, werd internationaal als aanzet tot haat erkend.

De restitutie van door nazi’s geroofde kunst blijft onvolledig. Joodse families botsen nog steeds op juridische en bureaucratische weerstand bij het terugvorderen van hun eigendommen.

Schrijver Herman Brusselmans fantaseerde publiekelijk over het doden van Joden. De rechtbanken spraken geen veroordeling uit die in verhouding stond tot de ernst van die retoriek. Dergelijke mildheid zendt signalen uit, ook wanneer dat niet de bedoeling is.

En als wat velen binnen de Joodse gemeenschap als de “kers op de taart” beschouwden: de toekenning van een eredoctoraat aan Francesca Albanese op de eerste dag van Pesach — het Joodse bevrijdingsfeest. Symboliek in de politiek is nooit neutraal.

Elk afzonderlijk voorval kan worden verdedigd. Samen vormen zij een patroon: een klimaat waarin antisemitische onderstromen worden geminimaliseerd, herverpakt of vergoelijkt.

7 oktober en de trans-Atlantische breuklijn

Sinds 7 oktober 2023 is het antisemitisme in Europa sterk toegenomen. België vormt daarop geen uitzondering. Joodse instellingen hebben hun veiligheidsmaatregelen aangescherpt; het publieke debat is verhard. Kritiek op Israël is in bepaalde kringen vervaagd tot een verdenking jegens Joden als zodanig.

In deze context is de kordate verwoording van Amerikaanse standpunten door ambassadeur White niet gratuit. Zij is coherent met de strategische en morele positie van de Verenigde Staten. Wanneer hij zich uitspreekt tegen antisemitisme of de legitimiteit van Israël bevestigt, vervult hij zijn opdracht.

De tegenreactie op hem onthult twee samenlopende sentimenten: ongemak met uitgesproken pro-Israëlische standpunten en een reflexmatig anti-Amerikanisme binnen aanzienlijke delen van de Belgische politieke cultuur.

De aanval op de ambassadeur wordt zo, symbolisch, een manier om zich af te zetten tegen Washington — en, indirect, tegen de Joodse bekommernissen die hij verdedigt.

Diplomatie is vertegenwoordiging, geen accommodatie

Het komt de Belgische minister van Buitenlandse Zaken niet toe de Amerikaanse ambassadeur te “temperen”. De Amerikaanse Grondwet plaatst het buitenlands beleid ondubbelzinnig bij de uitvoerende macht. Ambassadeurs dienen naar het welbehagen van de President en handelen als zijn persoonlijke gezanten.

Indien België het oneens is met het Amerikaanse beleid, kan het zijn eigen standpunt formuleren. Dat is diplomatie. Maar verwachten dat een Amerikaanse gezant de boodschap van de President zou afzwakken om binnenlandse gevoeligheden te sparen, miskent de aard van zijn ambt.

Diplomatie is geen onderdanigheid. Zij is vertegenwoordiging.

Een spiegel voor Brussel

De diplomatieke storm zal gaan liggen. Wat overblijft, is de onderliggende vraag: waarom wekt Amerikaanse rechtlijnigheid inzake antisemitisme zoveel irritatie op in bepaalde Belgische kringen?

Misschien omdat zij functioneert als een spiegel.

Een land dat volledig heeft afgerekend met zijn verleden vreest geen externe herinneringen. Een politieke cultuur die overtuigd is van haar morele helderheid, ergert zich niet aan ferme woorden.

Ambassadeur White heeft België’s historische lasten niet geschapen. Hij heeft de 4 pfennig per kilometer niet uitgevonden. Hij heeft geen carnavalswagens ontworpen, geen restituties vertraagd en geen opruiende columns geschreven.

Hij spreekt slechts namens de President van de Verenigde Staten.

Indien zijn woorden onrust wekken, dan misschien omdat zij waarheden raken die ouder — en zwaarder — zijn dan deze laatste diplomatieke rel.

Diplomatie is niet louter de kunst om iemand naar de hel te sturen op een manier die hem naar de reis doet uitkijken; in haar hoogste vorm is zij de kunde om uit te leggen waarom hij daar thuishoort.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: