Maatschappelijk antisemitisme en de onzekere toekomst van het Joodse leven in België
Alexander Zanzer

Achttien maanden lang voerden de Belgische autoriteiten een onderzoek met telefoontaps, huiszoekingen, financiële onderzoeken en uitgebreide verhoren. Dergelijke middelen worden doorgaans ingezet tegen terrorisme, georganiseerde misdaad of ernstige bedreigingen voor de nationale veiligheid. In dit geval richtte het onderzoek zich echter niet op een crimineel netwerk, een extremistische organisatie of een gevaar voor de Belgische staat, maar op een religieuze praktijk die duizenden jaren ouder is dan België zelf: de brit mila, de Joodse rituele besnijdenis waarmee een kind wordt opgenomen in het verbond en in de continuïteit van het Joodse volk.

Het Antwerpse parket wil twee Joodse religieuze besnijders, mohalim, voor de correctionele rechtbank brengen in verband met besnijdenissen die werden uitgevoerd bij minstens achtennegentig baby’s. Het is aan de rechtbank om zich uit te spreken over de juridische merites van de zaak en iedere betrokkene heeft vanzelfsprekend recht op het vermoeden van onschuld. Maar ongeacht de uiteindelijke uitspraak reikt de betekenis van dit dossier veel verder dan de muren van een rechtbank. Voor vele Belgische Joden raakt het aan een veel fundamentelere vraag: wat gebeurt er wanneer een democratische rechtsstaat essentiële religieuze praktijken van een minderheid begint te behandelen als voorwerp van een strafrechtelijk onderzoek?

Die vraag kan niet los worden gezien van een bredere ontwikkeling. De voorbije jaren zagen veel Joden in België hoe verschillende pijlers van hun religieuze leven steeds meer onder druk kwamen te staan. Het verbod op ritueel slachten maakte het voor vele praktiserende Joden aanzienlijk moeilijker om een volledig koosjere levenswijze in eigen land te behouden. Vandaag bevindt ook de rituele besnijdenis zich in het vizier van justitie. Elk van deze maatregelen kan afzonderlijk worden verdedigd op juridische, ethische of technische gronden. Gemeenschappen beleven dergelijke ontwikkelingen echter niet afzonderlijk. Zij ervaren ze als een opeenstapeling van signalen.

Daardoor groeit het gevoel dat België weliswaar de Joodse geschiedenis blijft waarderen, maar zich steeds minder comfortabel voelt met de voortzetting van het Joodse leven zelf.

Dat onderscheid is van wezenlijk belang.

Een samenleving die de Holocaust herdenkt, maar tegelijkertijd fundamentele Joodse gebruiken steeds meer onder druk zet, dreigt een tegenstrijdige boodschap uit te sturen. Zij eert het Joodse verleden, maar creëert onzekerheid over de Joodse toekomst. Zij prijst de bijdrage die Joden aan het land hebben geleverd, maar lijkt minder zeker over de plaats die zij in de toekomst van datzelfde land mogen innemen.

Generaties lang gold Antwerpen als een van de belangrijkste centra van het Joodse leven in Europa. Internationaal stond de stad bekend als het “Jeruzalem van het Noorden”, een plaats waar Joods religieus, cultureel en economisch leven kon bloeien. Synagogen, scholen, koosjere winkels, liefdadigheidsinstellingen, geleerden, ondernemers en grote families vormden een vanzelfsprekend onderdeel van het stedelijke landschap. Tijdens de hoogdagen van de diamantindustrie verbonden politici zich graag met de Joodse gemeenschap. Haar succes werd gezien als een Belgisch succes. Haar internationale uitstraling versterkte de reputatie van België in de wereld.

Weinig mensen zouden zich toen hebben kunnen voorstellen dat de toekomstige aanwezigheid van die gemeenschap ooit onderwerp van discussie zou worden.

Vandaag wordt die vraag echter steeds vaker gesteld.

Niet alleen door journalisten of gemeenschapsleiders, maar ook door gewone Joodse gezinnen die nadenken over de toekomst van hun kinderen.

De redenen daarvoor reiken verder dan één juridisch dossier. Ze liggen besloten in een bredere maatschappelijke verschuiving die zich in heel Europa voltrekt en die sinds 7 oktober 2023 bijzonder zichtbaar is geworden.

Elke eerlijke discussie moet beginnen met wat er op die dag gebeurde. 7 oktober was de moorddadige doortocht van Hamas door Israël. Gezinnen werden afgeslacht in hun woningen. Kinderen werden vermoord. Vrouwen werden mishandeld. Ouderen werden geëxecuteerd. Jonge mensen die een muziekfestival bezochten, werden afgeslacht. Honderden gijzelaars werden naar Gaza ontvoerd.

Voor veel Joden in Europa betekende die aanval niet alleen een nationale tragedie voor Israël, maar ook een psychologisch keerpunt. Zij herinnerde eraan dat massaal geweld tegen Joden ook in de moderne wereld nog altijd mogelijk is. Wat daarna volgde, bleek voor velen echter bijna even verontrustend.

Hoewel politieke leiders overal in Europa veroordelingen uitspraken, hadden veel Joden het gevoel dat de morele helderheid rond het bloedbad snel verdween. Binnen enkele weken verschoof de aandacht bijna volledig naar de Israëlische militaire reactie. De gijzelaars verdwenen geleidelijk uit het publieke debat. De slachtoffers van 7 oktober verdwenen naar de achtergrond. De aanval zelf werd een voetnoot, terwijl het daaropvolgende conflict alle aandacht opeiste van media, universiteiten, sociale netwerken en politieke discussies.

Die verschuiving legt een fenomeen bloot dat steeds zichtbaarder wordt in Europa: maatschappelijk antisemitisme.

In tegenstelling tot klassiek antisemitisme uit maatschappelijk antisemitisme zich niet altijd in openlijke haat tegenover Joden. Het verschijnt vaak in subtielere vormen. Het wordt zichtbaar wanneer Joods leed als minder urgent wordt beschouwd dan dat van anderen. Wanneer Joodse angst eerst moet worden verantwoord alvorens zij serieus wordt genomen. Wanneer Joodse bezorgdheden minder vanzelfsprekend medeleven oproepen dan de zorgen van andere groepen.

In essentie draait maatschappelijk antisemitisme om het normaliseren van dubbele standaarden.

De dode Jood wordt herdacht, maar de levende Jood wordt gewantrouwd.

De Holocaust wordt herinnerd, maar hedendaagse Joodse onzekerheid wordt gerelativeerd.

Joodse identiteit wordt getolereerd, zolang zij losstaat van collectieve Joodse belangen en zorgen.

Israël mag, zoals elke democratische staat, worden bekritiseerd. Maar al te vaak slaat die kritiek om in een bredere vijandigheid die ook Joden treft die geen enkele rol spelen in het beleid van de Israëlische regering.

Het gevaarlijke aan dit fenomeen is dat het niet voortkomt uit één ideologische hoek. Juist daardoor is het zo moeilijk te bestrijden.

Delen van extreemrechts blijven terugvallen op klassieke antisemitische mythes over macht, geld en invloed. Delen van extreemlinks bekijken Joden steeds vaker uitsluitend door de lens van kolonialisme en onderdrukking. In bepaalde academische kringen wordt Israël voorgesteld als een uniek kwaadaardige staat, terwijl de ideologie van Hamas nauwelijks kritisch wordt onderzocht. Grote delen van de media besteden uitvoerig aandacht aan vermeende misstappen van Israël of Joodse instellingen, terwijl bedreigingen tegen Joodse gemeenschappen vaak minder aandacht krijgen.

Tegelijkertijd verandert ook een andere ontwikkeling het politieke landschap van Europa: de groeiende invloed van de politieke islam.

Daarover moet eerlijk en zorgvuldig worden gesproken.

Politieke islam is niet hetzelfde als moslims. Europese moslims zijn burgers, buren, collega’s en medeburgers met uiteenlopende overtuigingen en achtergronden. Zij mogen nooit collectief verantwoordelijk worden gesteld voor antisemitisme. Politieke islam verwijst echter naar een ideologische stroming die religieuze identiteit omzet in politieke macht, electorale druk en maatschappelijke mobilisatie.

Naarmate de moslimbevolking in Europa groeit, bekijken politieke partijen bepaalde gemeenschappen steeds vaker door een electorale bril. Op zichzelf is demografische verandering geen probleem. Een democratische samenleving moet plaats bieden aan burgers van uiteenlopende achtergronden. Het probleem ontstaat wanneer de zorgen van Joden onderhandelbaar worden, terwijl anti-Israëlische sentimenten politiek onaantastbaar lijken.

Op dat moment wordt Joodse veiligheid geen principe meer, maar een politieke berekening.

Steeds meer Belgische Joden hebben het gevoel dat die berekening vandaag al plaatsvindt.

Daardoor ontstaat een klimaat waarin vijandigheid tegenover Israël steeds vaker overvloeit in vijandigheid tegenover Joden, terwijl politici, journalisten en instellingen moeite hebben – of soms weigeren – om dat onderscheid nog duidelijk te maken.

Dat verklaart waarom het debat over rituele besnijdenis zo diep resoneert binnen de Joodse gemeenschap. Het gaat niet uitsluitend over juridische definities of medische kwalificaties. Het gaat over vertrouwen. Over de vraag of Joden nog geloven dat België hen beschouwt als een gewaardeerd en permanent onderdeel van de nationale gemeenschap.

De vraag waar België vandaag voor staat, reikt daarom veel verder dan het lot van twee mohalim.

De echte vraag is of een land dat met trots de Joodse geschiedenis herdenkt, ook bereid blijft de Joodse toekomst te beschermen.

Hoe lang blijft een gemeenschap in een land waar haar fundamentele religieuze gebruiken steeds vaker ter discussie worden gesteld, waar synagogen permanente politiebescherming nodig hebben, waar Joodse kinderen leren om zichtbare tekenen van hun identiteit te verbergen en waar publieke sympathie steeds vaker voorwaardelijk lijkt?

Hoe lang kan een stad zichzelf het “Jeruzalem van het Noorden” blijven noemen wanneer de families die die titel betekenis hebben gegeven zich steeds vaker afvragen of hun toekomst elders ligt?

Dat zijn vragen die elke Belg zouden moeten bezighouden, niet alleen Joden.

Een democratie wordt uiteindelijk niet beoordeeld op hoe comfortabel de meerderheid leeft, maar op de vraag of minderheden zich veilig genoeg voelen om zichzelf te blijven. Religieuze vrijheid wordt niet getest door populaire tradities te beschermen. Zij wordt getest door gebruiken te beschermen die misschien onbekend, controversieel of moeilijk te begrijpen zijn voor de meerderheid.

De toekomst van het Joodse leven in België zal niet worden bepaald door één rechtszaak, één verkiezing of één politieke controverse. Zij zal worden bepaald door de vraag of België een land blijft waar Joden worden gewaardeerd als levende burgers en niet enkel worden herdacht als slachtoffers uit het verleden.

De uitdaging waarvoor België staat is daarom niet alleen juridisch, maar ook beschavingstechnisch.

Het land moet beslissen of het “Jeruzalem van het Noorden” een levende werkelijkheid blijft of langzaam verwordt tot een herinnering die enkel nog voortleeft in toespraken, musea en herdenkingsplechtigheden.

Voor het eerst in generaties voelt die vraag niet langer theoretisch.

Ontvang Breaking News

Ontvang het laatste nieuws

Abonneer je op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte! Ontvang als eerste het laatste nieuws in je inbox: